MODULE 2 · LES 3 · 50 MINUTEN

Functies: geef code één taak

Met een functie geef je een blok code een naam. Parameters gaan erin, een resultaat kan met return terugkomen.

def bereken_status(cpu):
    if cpu >= 90:
        return "kritiek"
    elif cpu >= 70:
        return "waarschuwing"
    else:
        return "normaal"

status = bereken_status(82)
print(status)
DEF

Definieert de functie.

CPU

Parameter: informatie die naar binnen gaat.

RETURN

Geeft een waarde terug en stopt de functie.

Waarom functies?

Herbruikbaar

Schrijf logica één keer, roep die vaker aan.

Testbaar

Controleer ieder onderdeel apart.

Leesbaar

Een goede functienaam vertelt wat er gebeurt.

EINDOPDRACHT

Bouw een systeemcheck

Schrijf een functie controleer_schijfruimte(procent). Onder 80 geeft die OK terug, van 80 t/m 94 WAARSCHUWING, en vanaf 95 KRITIEK. Vraag voor drie servers het percentage, bewaar alle resultaten in een lijst en print een rapport.

Klaar? Maak het professioneler.

← LijstenVolgende: databases →